Find the word definition

Could not find any definition of word "geen"

Usage examples of "geen".

Of met Mefistofeles, een ingehouden man met droge ogen voor wie het diepste van de hel bekend was en die geen emoties kende.

Als er geen redelijke kans van slagen is, dan wachten we gewoon op een betere gelegenheid.

Hij keurde hen geen blik waardig en vertraagde zijn pas niet, maar in het voorbijgaan had hij wel iets te zeggen.

De ommuring bood nog steeds geen bescherming aan de krottenwijk La Perla, die dicht bij het strand was ontstaan.

Er was in het eerste oogenblik, dat zij naar binnen geleid werden, geen orde onder te houden, want zij renden juichend door de vestibule en de groote eetkamer, alles bevochtigend en bemodderend, en bassend nagevlogen door de drie, honden.

Wanneer het dier geen kwaad ducht, trachten zij het zooveel mogelijk te naderen om met juistheid den harpoen te kunnen werpen.

Zij hield van geen eenzaamheid, waarin haar het verledene te rooskleurig bij het grijze heden voor den geest placht te trekken, en Paul zag zij zelden anders, dan in haast dineerende, daar hij een afspraak had, of zich vervelende op zijn eigen kamer.

Het scheen hem toe, dat, ware zijn kamer gezuiverd van kunst, zijn geest van zelve ook geen kunst meer verlangen en geen teleurstellingen ondervinden zou.

Hij koesterde zelf geen illusies en gunde die ook Anne en George niet.

Natuurlijk had John van Sandoz gehoord, net als iedereen, maar hij had geen idee hoe hij de man zou kunnen helpen.

En het kon geen hond wat schelen waar dat ding voor gebruikt zou worden.

De ontstellende gevolgen van die ene vergissing bij Pearl Harbor hadden ervoor gezorgd dat ze als geen ander hun kansen konden berekenen, heel koel en doelgericht, maar ze bleven gokkers.

Omdat ik dat geloof, of liever, omdat ik dat zeker weet, draag ik haar geen kwaad hart meer toe.

Maar het getrappel der paarden en het lichte geratel der wielen over het grint bedekte dat hijgen der koelte in het loof met een luidruchtigheid, die geen woorden verbraken.

Zij had voor geen van allen een goed woord over, en zij liep, quasi druk bezig, door het huis te dwalen, telkens de bedienden op de vingers tikkend voor kleine onoplettendheden, voor een stofdoek die slingerde, of een looper die niet recht lag.